Rofa bestaat dit jaar 35 jaar en heeft zich in die tijd ontwikkeld tot veel meer dan een producent van gestoffeerde producten. Het bedrijf werkt vanuit langdurige samenwerkingen, waarbij klanten vooral als partners worden gezien. “We sluiten geen contracten af op basis van alleen cijfers,” vertelt Erik. “Het moet over en weer goed voelen. Wij geloven in samen ontwikkelen, samen aanjagen en samen bouwen aan de lange termijn.”
Rofa bewijst: duurzaamheid moet je kunnen zien, voelen én blijven gebruiken
22 april 2026 Nieuws duurzamertilburgHoe maak je duurzaamheid concreet in een maakbedrijf? Voor Erik van den Aker, directeur-eigenaar van Rofa, begint het antwoord niet bij mooie woorden of keurmerken, maar bij wat er daadwerkelijk met producten gebeurt. Kun je ze aanpassen, herstofferen, opnieuw inzetten en langdurig in omloop houden? Dán ben je volgens hem goed bezig.
Geen losse verkoop, maar partnerschap
Die manier van werken zegt veel over hoe Rofa in de markt staat. Het bedrijf levert niet simpelweg een product, maar een totaaloplossing. Van tekenwerk en mock-ups tot advies en begeleiding in projecten: Rofa denkt mee in het hele proces.
Onder het logo van Rofa staat niet voor niets de slogan We’ve got it covered. Volgens Erik vat dat precies samen waar het bedrijf voor staat. “Wij stofferen het en we regelen het. We kunnen één stuk maken, maar ook duizenden. We kunnen maatwerk leveren en standaardproducten. Alles daartussenin.”
Die combinatie van flexibiliteit en samenwerking vormt de basis van het bedrijf. Zeker in een markt waarin inrichting steeds vaker moet meebewegen met veranderende organisaties, hybride werken en nieuwe ruimtebehoeften.
Maatwerk waar het moet, modulair waar het kan
Rofa ontwikkelt regelmatig maatwerk voor grote projecten. Denk aan een specifieke akoestische oplossing of een bank die precies past binnen een bepaald interieurconcept. Maar maatwerk is niet automatisch de heilige graal. Integendeel: waar mogelijk kiest Rofa liever voor modulariteit.
“Maatwerk klinkt mooi, maar wordt vaak ook meteen duurder,” zegt Erik. “Als je binnen slimme moduulmaten blijft, kun je iets alsnog passend maken, maar wel betaalbaar houden.”
Daar zit volgens hem ook meteen de kracht richting duurzaamheid. Echte circulariteit vraagt niet alleen om iets bijzonders ontwerpen, maar juist om producten zó ontwikkelen dat onderdelen opnieuw toepasbaar blijven. Een volledig uniek product dat maar op één plek past, is later moeilijk opnieuw in te zetten. Modulaire elementen bieden dan veel meer mogelijkheden voor hergebruik, verplaatsing en aanpassing.
Het gaat niet alleen over recycling
Opvallend is dat Erik liever spreekt over reuse dan over circulariteit. Niet omdat circulariteit onbelangrijk is, maar omdat het begrip volgens hem te vaak blijft hangen in recycling.
“Als iets circulair is, moet het vaak eerst weer worden afgebroken, verschredderd of verwerkt tot iets anders,” legt hij uit. “Wij geloven veel meer in direct hergebruik. Vandaag gebruiken, over een aantal jaar terug laten komen, een nieuw jasje eromheen en opnieuw inzetten.”
Dat idee van herstofferen en opnieuw uitrollen is voor Rofa geen bijzaak, maar onderdeel van het businessmodel. De basis van hun producten is sterk genoeg om meerdere levens mee te gaan. In plaats van afschrijven en weggooien, kunnen producten terug naar de fabriek, opnieuw bekleed worden en weer jaren vooruit.
Daar hoort ook een statiegeldprincipe bij: een duidelijke belofte aan klanten dat producten niet automatisch eindigen als afval. Dat geeft vertrouwen. Niet alleen omdat het duurzamer is, maar ook omdat klanten weten dat ze investeren in iets dat toekomstwaarde houdt.
Bijna niets gaat verloren
Duurzaamheid zit bij Rofa niet alleen in het eindproduct, maar ook in het productieproces. Reststromen zoals stof, karton, plastic en schuim worden niet zomaar weggegooid. Ze worden verzameld, geperst en afgevoerd naar partijen die er weer nieuwe toepassingen voor hebben.
Snijresten van stof gaan bijvoorbeeld naar een verwerker die er verhuisdekens of ondertapijt van maakt. Restschuim wordt opnieuw verwerkt tot materiaal dat Rofa in sommige toepassingen weer kan terugkopen en inzetten. Karton en plastic krijgen op dezelfde manier een nieuw leven.
Volgens Erik is dat misschien minder zichtbaar dan een innovatief product, maar wel minstens zo belangrijk. “Hier wordt bijna niks weggegooid. En ik denk dat dat heel eenvoudig toepasbaar is, als je het maar wilt organiseren.”
Herstofferen is nog lang niet vanzelfsprekend
Een belangrijk onderdeel van de visie van Rofa is herstofferen. Toch ziet Erik dat daar nog veel winst te behalen valt in de markt. Producten die technisch nog jaren mee kunnen, worden nu nog te vaak vervangen omdat nieuw kopen de standaardreactie is.
“Veel mensen denken nog dat herstofferen ongeveer net zo duur is als nieuw kopen,” zegt hij. “Maar bij dit type producten ben je met herstofferen echt goedkoper uit. En het product kan daarna weer minimaal tien jaar mee.”
Dat hergebruik is niet alleen functioneel, maar raakt ook aan emotionele waarde. Zeker bij kwalitatieve designproducten of meubels die deel uitmaken van een werkomgeving waar mensen aan gehecht zijn. Herstofferen betekent dan niet alleen verlengen van levensduur, maar ook behouden wat al goed is.
Bij modulaire producten kan dat proces zelfs nog eenvoudiger. Soms is het niet eens nodig om een product terug te halen naar de fabriek. Dan volstaat een nieuwe hoes of bekleding die op locatie vervangen kan worden. Bij grotere aantallen kan Rofa dat verzorgen, maar in sommige situaties kan een klant het ook zelf doen.
De grootste kans? Meer zichtbaarheid
Als Erik één punt noemt waarop Rofa morgen al een stap verder zou kunnen zetten, dan is het niet productie, techniek of productontwikkeling. Het is zichtbaarheid.
“We zouden nog veel meer bekendheid moeten krijgen in Nederland,” zegt hij. “We zijn echt uniek in wat we doen, maar je hebt ook maar twee handen.”
Daar zit volgens hem meteen de grootste kans om meer impact te maken. Niet alleen voor Rofa zelf, maar ook voor de markt. Want ieder modulair en herbruikbaar product dat wordt gekozen, vervangt potentieel een lineair alternatief dat minder lang meegaat, moeilijk aanpasbaar is of niet opnieuw inzetbaar is.
Dat geldt bijvoorbeeld ook voor ruimteverdelers en wandsystemen. Waar traditionele oplossingen vaak vast en plaatsgebonden zijn, kunnen modulaire systemen van Rofa worden ontkoppeld, meegenomen en opnieuw opgebouwd in een nieuwe situatie. In een tijd waarin organisaties groeien, krimpen en verhuizen, is dat een steeds sterker argument.
De rol van overheid en aanbestedingen
Volgens Erik ligt daar ook een belangrijke taak voor overheden en opdrachtgevers. In aanbestedingen wordt duurzaamheid steeds vaker genoemd, maar in de praktijk weegt prijs onderaan de streep nog vaak het zwaarst.
“Dan is een duurzamer en beter aanpasbaar product misschien nét iets duurder in aanschaf, en valt de keuze toch op het goedkopere alternatief,” zegt hij. “Terwijl je dat verschil vaak dubbel en dwars terugverdient zodra je iets moet aanpassen of verplaatsen.”
Juist daarom is het belangrijk dat duurzaamheid niet alleen als ambitie in aanbestedingsteksten terechtkomt, maar ook echt wordt doorvertaald in de beoordeling en uitvoering. Programma’s rondom maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen kunnen daarin helpen, net als subsidies voor innovatie en circulaire ontwikkeling in het mkb.
Voor bedrijven als Rofa zijn zulke instrumenten waardevol, omdat ze net dat extra zetje kunnen geven om ideeën sneller door te ontwikkelen en breder in de markt te zetten.
Duurzaamheid moet ook commercieel werken
Misschien wel de meest nuchtere en tegelijk krachtige uitspraak uit het gesprek is deze: duurzaamheid moet ook geld opleveren. Niet als doel op zich, maar omdat het anders onvoldoende standhoudt.
“Als duurzaamheid commercieel niets brengt, dan houdt het op,” zegt Erik. “Het hoeft geen megasucces te zijn, maar er moet wel continuïteit in zitten.”
Die gedachte raakt de kern van toekomstbestendig ondernemen. Een duurzaam bedrijf is niet alleen een bedrijf met een groen verhaal, maar ook een organisatie die financieel gezond genoeg is om te blijven bestaan, te blijven vernieuwen en steeds meer impact te maken.
Wat Rofa laat zien
Het verhaal van Rofa maakt duidelijk dat duurzaamheid in de maakindustrie niet begint bij abstracte ambities, maar bij heel concrete keuzes. Kies je voor wegwerp of voor hergebruik? Voor star of voor modulair? Voor korte termijn of voor langdurige waarde?
Rofa laat zien dat een ander model mogelijk is. Een model waarin kwaliteit, herstofferen, reststroomverwerking, modulariteit en partnerschap samenkomen. Niet als los project, maar als manier van werken.
En misschien is dat wel de belangrijkste les uit het gesprek: echte verduurzaming zit niet alleen in wat je maakt, maar vooral in hoe je er daarna mee omgaat.