Op deze pagina staan de meest gestelde vragen en antwoorden over Warmteprogramma Tilburg. Staat jouw vraag hier niet tussen? Neem dan contact met ons op via de ‘Contact’-knop onderaan deze pagina.
Voorbeelden van duurzame energie zijn elektriciteit uit wind, zon, restwarmte, warmte uit de lucht, water of ondergrond en duurzame gassen. In het Tilburgs Energiesysteem van de Toekomst beschrijven we de duurzame bronnen die in Tilburg aanwezig zijn, en gebruiken we in het Warmteprogramma.
In het Warmteprogramma komt te staan:
Wat staat er nog niet in?
Het Warmteprogramma is een plan voor de hele stad en de drie dorpen. We kijken hierin 10 jaar vooruit. De volgende stap is om op buurt- en wijkniveau verder onderzoek te doen. Hiervoor stellen we samen met inwoners, bedrijven en belanghebbenden een uitvoeringsplan op.
In 2050 is heel Tilburg aardgasvrij. Deze tijd is nodig, want de opgave is groot en kan niet in iedere buurt tegelijk plaatsvinden. In gemeente Tilburg gaat het om een groot aantal bestaande woningen,gebouwen en bedrijventerreinen die overstappen op duurzame energie. Dit heeft dus invloed op elk gebouw, bedrijf en bijna iedere inwoner en ondernemer in Tilburg. In ieder Warmteprogramma wordt duidelijk wanneer bepaalde buurten op termijn aardgasvrij worden.
Duurzame bronnen worden onderzocht samen met onder ander de warmtevraag en de nationale/eindgebruikers kosten. Ook wordt gekeken welke technieken in een wijk of woning passen. Daarbij houden we ook rekening met de ruimtelijke impact: sommige oplossingen, zoals een warmtenet, vragen om ruimte in de straat voor leidingen en installaties, terwijl een warmtepomp vooral ruimte in of bij de woning nodig heeft. Uit deze vergelijking komt de beste duurzame energieoplossing voor een buurt, gebied of bedrijventerrein. Dit kan een warmtenet zijn voor een wijk, buurt of straat of een warmtepomp per woning of gebouw.
We verwachten het Warmteprogramma eind 2026 te kunnen laten vaststellen door het college van burgemeester en wethouders (B&W) van Tilburg. Vervolgens gaan we aan de slag met de uitvoering van het Warmteprogramma. Elke vijf jaar wordt een nieuw Warmteprogramma vastgesteld, op basis waarvan nieuwe gebieden aardgasvrij worden. Samen vormen deze programma’s de leidraad voor een gefaseerde overstap naar duurzame warmte in heel Tilburg.
We beginnen niet overal tegelijk. In het Warmteprogramma staat welke buurten in de komende 5 jaar (2027–2031) beginnen met een Wijkuitvoeringsplan voor de Eenergievoorziening (WUPe). Hierna maakt de gemeenteraad het definitieve besluit voor het warmtealternatief en een einddatum voor het gebruik van aardgas. Vanaf dat moment duurt het nog minimaal 8 jaar voordat een buurt echt van het aardgas afgaat. Bewoners krijgen dus altijd ruim de tijd om zich voor te bereiden op de overstap naar een duurzame warmtebron.
Het Warmteprogramma legt de basis voor nieuwe aardgasvrije gebieden. De focus ligt op buurten waar gebouwen nu nog een aardgasaansluiting hebben en grotendeels met aardgas worden verwarmd. Voor deze gebieden wordt onderzocht welk warmtealternatief passend is en op welke termijn de overstap kan plaatsvinden.
Gebieden die volledig op het Amernet zijn aangesloten maken geen deel uit van Warmteprogramma. Hiervoor wordt een aparte toekomstvisie opgesteld.
Daarnaast zijn er buurten die grotendeels, maar niet volledig, op het Amernet zijn aangesloten. Buurten waar minder dan 20% van de gebouwen nog verwarmd wordt met aardgas worden niet onderzocht in het Warmteprogramma. Deze buurten vragen om maatwerk. Voor deze gebieden is een aparte gebiedsgerichte analyse nodig, samen met inwoners, ondernemers en andere betrokkenen.
Ook zijn er al enkele buurten die nu al elektrisch verwarmen. Ook deze gebieden zijn geen onderdeel van het Warmteprogramma.
Voor het Warmteprogramma wordt een milieueffectrapportage (mer) uitgevoerd. Zo krijgen we inzicht in de milieueffecten van verschillende technieken om gebouwen aardgasvrij te maken. De eerste stap hierin was het opstellen van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD).
Een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is een document dat de inhoud en de focus van een milieueffectrapportage (mer) afbakent. Het bepaalt welke onderwerpen en alternatieven in het mer onderzocht moeten worden en met welk detailniveau.
In de NRD staat:
De NRD is een belangrijke eerste stap in de mer-procedure en helpt om duidelijkheid te scheppen over wat er precies onderzocht gaat worden.
De concept NRD heeft van april tot juni van dit jaar gedurende zes weken ter inzage gelegen. Iedereen kon in deze periode een reactie indienen. Ook hebben we de Commissie voor de milieueffecten om advies gevraagd.
Een milieueffectrapportage (mer) is een proces dat de milieugevolgen van een plan, in dit geval het Warmteprogramma, in kaart brengt voordat er een besluit over wordt genomen. De mer analyseert de impact op onder andere luchtkwaliteit, geluidsoverlast en biodiversiteit. Het doel van een mer is om het milieu een belangrijke rol te geven in de besluitvorming. Het helpt om weloverwogen keuzes te maken die rekening houden met de milieugevolgen. Met de mer wordt duidelijk wat de invloed is van verschillende warmte-alternatieven op onderwerpen zoals luchtkwaliteit, geluid, water en klimaat.
Het Warmteprogramma is een plan voor de hele stad en omliggende dorpen binnen gemeente Tilburg. De volgende stap is dat we per buurt, gebied of bedrijventerrein het meest geschikte duurzame energieoplossing verder onderzoeken. Hiervoor gaan we samen met inwoners en bedrijven werken aan een wijkuitvoeringsplan voor de energievoorziening (WUPe). In de wijken Groenewoud, Trouwlaan-Uitvindersbuurt en het dorp Udenhout zijn we al gestart met een WUPe.
Energie besparen is altijd een goed idee, want energie die je niet verbruikt hoef je ook niet op te wekken, te importeren of te transporteren. Dit kan door woningen of gebouwen te isoleren, goed te ventileren en door slimmer met energie om te gaan. We ondersteunen inwoners, bedrijven en instellingen om de overstap op een aardgasvrij alternatief te kunnen maken. Energie besparen doen we samen. Kijk hier voor tips en advies.
Uiteindelijk zal elk gebied aardgasvrij worden. Dit geldt voor alle inwoners, gebouweigenaren, ondernemers en organisaties.
Wanneer het voorkeursalternatief voor een gebied een individuele oplossing is (zoals een warmtepomp), wordt er geen grootschalig collectief warmtenet aangelegd waardoor dit geen optie zal zijn.
Als het voorkeursalternatief juist een collectief warmtenet is, hebben bewoners wel de mogelijkheid af te zien van deelname en zelf een aardgasvrij alternatief te kiezen.
Deze browser wordt niet meer ondersteund.
Een recente versie van Microsoft Edge, Chrome of Firefox.